Vmbo leerjaar 1 deel 2

Vmbo leerjaar 1 deel 2

 

ISBN: 978 90 6112 682 9
Prijs: € 17,50

De prijs is inclusief BTW en exclusief € 2,45 verzendkosten

Geschikt voor:
Windows 7, Vista en XP
Geschikt voor Windows 7, Vista en XP

Vmbo leerjaar 1 deel 2 sluit aan op Getal en ruimte en Moderne wiskunde.

Inhoud cd-rom

Inhoud cd-rom

Alles verbergen | Alles tonen

Verantwoording

De cd-rom Vmbo leerjaar 1 deel 2 behandelt de stof van het eerste half jaar van de brugklas. De onderwerpen zijn in kleinere eenheden verdeeld dan in de meeste schoolboeken. Dit geeft de leerling de gelegenheid om precies die paragrafen door te nemen waar hij de meeste moeite mee heeft. Bovendien krijgt de leerling op deze manier de mogelijkheid een groot aantal sommen over bijvoorbeeld ‘decimale getallen’ apart te oefenen. Pas als de leerling vindt dat hij dit onderwerp goed beheerst, kan hij naar een volgend deelonderwerp doorgaan. Sommen over decimale getallen blijven dan toch af en toe terugkomen, zodat de leerling een goed overzicht krijgt over het verband tussen bijvoorbeeld breuken en decimale getallen.

Elke paragraaf begint met een theoriegedeelte waarin de stof op interactieve manier wordt uitgelegd. Deze nieuwe manier van uitleggen zorgt ervoor, dat een kind de stof veel sneller en beter zal begrijpen.

Bij de oefeningen krijgt de leerling direct uitleg als hij een verkeerd antwoord geeft. Bij de volgende opgave zal de leerling het daardoor - zo goed als zeker - wel goed doen. Dit scheelt enorm veel tijd en frustratie. Immers, op school zit er doorgaans minstens een dag tussen het moment waarop een leerling de sommen maakt en het moment waarop de leraar de fout gemaakte sommen uitlegt.

De printvellen moeten gezien worden als een zeer belangrijk onderdeel van de lessen. Zij geven de leerling de gelegenheid de sommen goed te leren opschrijven en net zoveel opgaven te maken als voor de betreffende leerling nodig is. Bij elk printvel met opgaven moet de leerling aansluitend het bijbehorende printvel met de uitgewerkte antwoorden afdrukken. Naar behoefte kan de leerling nogmaals twee of meer printvellen laten afdrukken. De opgaven zijn immers elke keer anders.

Afstanden meten, omtrek
  • theorie
  • leerprogramm
    • woorden zoals kilo, milli, deca, enz.
    • engte-eenheden
    • het begrip ‘omtrek’
    • schaal 1:300, enz.
    • herhalingsvragen zoals 3,2 x 1000, schrijf 0,001 als breuk, enz.
    • afstandswaarden die handig zijn om te weten, zoals de hoogte van een deur, de lengte van een stap, enz.
    Sommige vragen worden door de computer gegenereerd en zijn dus steeds anders.
    De vragen worden door elkaar gehutseld en de leerling kan steeds de vragen die hij goed en snel weet verwijderen, zodat de voor hem moeilijkste vragen overblijven.
  • oefening
    De volgende vragen worden geoefend:
    • berekenen van de omtrek van een figuur
    • vragen als: 37 hm = … m.
    • vragen over de schaal
  • samenvatting
  • printvellen
    • vragen als: 37 hm = … m.
    • een paar herhalingsvragen over decimale getallen
  • toets
    De toets bevat 10 vragen en is vooral gebaseerd op de vragen van de oefening.
Oppervlakte
  • theorie
  • oefening A
    In deze oefening moet de leerling steeds zelf bedenken hoe groot de oppervlakte is van een figuur. Alle hoekpunten liggen precies op een snijpunt van twee lijnen van het 'ruitjespapier'. Eén blokje van het papier stelt een vierkante centimeter voor. Dus elk vierkantje is één centimeter lang en één centimeter breed.
    De leerling kan van alle getekende figuren de oppervlakte precies berekenen als hij weet dat de oppervlakte van een rechthoek gelijk is aan de lengte maal de breedte. Uitleg en berekening staan steeds op de volgende pagina.
    De oefening is een soort opbouwende verzameling van puzzelvragen. De leerling kan zich erover verbazen dat hij zomaar de oppervlakte van een ingewikkelde driehoek kan berekenen, als hij alleen maar weet dat de oppervlakte van een rechthoek gelijk is aan de lengte maal de breedte van die rechthoek.
  • leerprogramma
    • herhaling van woorden zoals kilo, milli, deca, enz.
    • lengte-eenheden, oppervlakte-eenheden
    • herhaling van woorden zoals kilo, milli, deca, enz.
    • lengte-eenheden, oppervlakte-eenheden
    • herhaling van het begrip 'omtrek'
    • het begrip 'oppervlakte'
    • eenvoudige berekeningen van de oppervlakte van een figuur
    • herhalingsvragen zoals 1/1000, schrijven als decimaal, enz.
    • hectare, are
    Sommige vragen worden door de computer gegenereerd en zijn dus steeds anders. De vragen worden door elkaar gehutseld en de leerling kan steeds de vragen die hij goed en snel weet verwijderen, zodat de voor hem moeilijkste vragen overblijve
  • oefening B
    De volgende vragen worden geoefend:
    De volgende vragen worden geoefend
    enzovoort
  • samenvatting
  • printvellen
    Zes figuren getekend op ruitjespapier waarvan de oppervlakte berekend moet worden.
  • toets
    Acht vragen zoals in de oefeningen A en B en de printvellen.
Inhoud
  • theorie
  • leerprogramma
    • herhaling van woorden zoals kilo, milli, deca, enz.
    • herhaling hectare, are
    • liter, milliliter, centiliter, deciliter, hectoliter
    • herhaling breuken vereenvoudigen
    De vragen worden door elkaar gehutseld en de leerling kan steeds de vragen die hij goed en snel weet verwijderen, zodat de voor hem moeilijkste vragen overblijven.
  • samenvatting
  • oefening
    • vragen zoals:
    De volgende vragen worden geoefend
    • herhalingsvragen zoals:

    • Hoeveel liter water heb je nodig om een zwembad van .. m bij … m tot de rand toe te vullen als de diepte van het zwembad … m is?
    • Hoeveel liters water gaan er in een kubieke meter?
  • toets
    Vragen zoals in de oefening
Algebra
  • theorie
    Het rekenen met letters roept bij veel leerlingen weerstand op omdat zij het belang er niet van inzien en ook omdat het rekenen met letters een moeilijke abstracte overgang is. Daar kun je niet zomaar stilzwijgend overheen stappen. Niet voor niets is de algebra pas in de 9e eeuw na Christus uitgevonden. De Grieken waren in de tijd van Pythagoras (ongeveer 500 voor Christus) al zeer goed in wiskundige abstracties, maar algebra was zelfs voor hen blijkbaar nog een stap te ver. Het is dan ook geen overbodige luxe om het hoe en het waarom van de algebra uitgebreid uit te leggen en toe te lichten. De bedoeling van dit uitvoerige theoriegedeelte over algebra is, dat de leerling van meet af aan inziet dat algebra nuttig is en dat hij met algebra veel kan doen. Hij moet er als het ware zin in krijgen om algebra te leren.
  • oefening A
    Deze oefening bevat 6 vaste vragen. Ze sluiten geheel aan op het theoriegedeelte en zijn bedoeld om de leerling enigszins te laten wennen aan het omzetten van een tekst in een formule met letters. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd om de omtrek van een rechthoek met lengte a en breedte b uit te drukken in a en b.
  • oefening B
    In deze oefening wordt geleerd bijvoorbeeld de term 8ab uit te rekenen voor a = 2 en b = 3.
    Door deze invuloefeningen te maken beseft de leerling steeds beter dat een letter niets anders is dan een algemene aanduiding voor een willekeurig getal.
    De oefening bevat 15 vragen die steeds iets moeilijker worden. Als de leerling echter een fout antwoord geeft, blijft de oefening op hetzelfde niveau hangen totdat de leerling twee keer achter elkaar een correct antwoord heeft gegeven op dit type som.
    De moeilijkste vragen zijn van de soort: Bereken de waarde van de term 8ab voor a = 2 en b = -4 of voor a = -3 en b = -5.
    De leerling moet wel goed kunnen omgaan met negatieve getallen! Zo nodig moet hij dit onderwerp eerst apart leren.
  • oefening C
    Oefening C werkt op dezelfde manier als oefening B. Er zijn 18 vragen over de substitutie van getallen. De vragen worden steeds iets moeilijker en de leerling komt alleen verder als hij de vorige som echt heeft begrepen.
    Een paar voorbeelden:
    Bereken -8ab als a = 3 en b = 0.
    Bereken -8ab als a = -3 en b = -7.
  • printvellen
    De opgaven in de printvellen zijn vergelijkbaar met de opgaven in oefening C.
  • toets
    De opgaven zijn vergelijkbaar met de opgaven in oefening C.
Optellen met letters
  • theorie
    Interactieve uitleg van de bewering 2a+3a = 5a door middel van het invullen van getalwaarden van a met behulp van buttons. Vervolgens uitleg van het begrip 'gelijksoortige termen'.
  • samenvatting
  • oefening A
    De leerling moet bij de term -2a gelijksoortige termen zoeken en aanklikken. Bij een of meer ten onrechte aangeklikte termen of vergeten termen wordt uitleg gegeven. Vervolgens wordt de leerling opnieuw gevraagd de goede termen aan te klikken. Pas na een volledig goede beantwoording van de vraag komt er een nieuwe vraag in beeld.
  • oefening B
    Deze oefening bevat sommetjes die steeds iets moeilijker worden. Bij een fout antwoord blijft het type som hetzelfde, totdat een goed antwoord wordt gegeven. De laatste twee typen opgaven zijn van de vorm:
    -y-4x-y = …
    -4y-3x-1-3y = …
  • printvellen
    De opgaven zijn vergelijkbaar met de opgaven in oefening B.
  • toets
    De opgaven zijn vergelijkbaar met de opgaven in oefening B.
Haakjes wegwerken
  • theorie
    Uitleg van de formules -(a+b) = -a-b en a(b+c) = ab+ac.
  • samenvatting
  • oefening
    Deze oefening bevat sommetjes die steeds iets moeilijker worden. Als de leerling een fout antwoord geeft, blijft het type som hetzelfde totdat hij een goed antwoord geeft.
    Het laatste type is van de vorm: 5(a-4b)+2b(5-3a) = …
  • printvellen A
    Opgaven waarbij alleen de verdeeleigenschap moet worden gebruikt.
  • printvellen B
    Opgaven waarbij na toepassing van de verdeeleigenschap ook nog gelijksoortige termen bij elkaar genomen moeten worden.
  • toets
    De toets bevat 14 vragen en is gebaseerd op de vragen van de oefening en de printvellen.
Symmetrie
  • theorie A
    De leerling kan hier zelf een (veelkleurige) puntsymmetrische figuur, een lijnsymmetrische figuur en een draaisymmetrische figuur tekenen. De kleinste draaihoek kan hij zelf kiezen. Door ook een keer 180 graden te kiezen kan de leerling zien dat puntsymmetrie hetzelfde is als draaisymmetrie met een kleinste draaihoek van 180 graden.
  • theorie B
    Hier wordt (interactief) uitgelegd hoe je zelf het spiegelbeeld van een figuur kunt tekenen.
  • printvellen A
    Gevraagd wordt om nu zelf een figuur in een lijn te spiegelen.
  • printvellen B
    Met behulp van deze printvellen kan de leerling zelf een figuur in een punt spiegelen.
  • theorie C
    De bijzondere symmetrische vierhoeken vierkant, rechthoek, ruit en parallellogram worden hier gedemonstreerd en besproken. Het verband tussen deze bijzondere vierhoeken kan de leerling zelf duidelijk zien door bijvoorbeeld een parallellogram van vorm te veranderen totdat het een ruit wordt of een rechthoek of een vierkant. Door bij een parallellogram op de knop 'draaisymmetrisch' te klikken ziet hij het parallellogram over 180 graden draaien en vervolgens weer op zichzelf vallen.
  • samenvatting
    De eigenschappen en namen van bijzondere symmetrische driehoeken, vierhoeken en veelhoeken ziet de leerling hier overzichtelijk bij elkaar. Door op bijvoorbeeld een regelmatige vijfhoek te klikken ziet hij welke symmetrie-eigenschappen deze figuur heeft. Alle symmetrie-eigenschappen van een figuur hebben een eigen button met een eigen demonstratie.
Hoeken berekenen
  • theorie
    De volgende drie punten worden hier op interactieve wijze uitgelegd. Aan het eind van dit theoriegedeelte begrijpt de leerling echt waarom de hoeken van een driehoek altijd samen 180 graden zijn. Dit geeft naar onze mening veel meer inzicht en dus ook veel meer voldoening dan wanneer men de leerling de drie hoeken van een driehoek laat uitknippen en naast elkaar laat leggen.
    • overstaande hoeken zijn gelijk
    • bij twee evenwijdige lijnen die gesneden worden door een derde lijn zijn overeenkomstige hoeken gelijk
    • de drie hoeken van een driehoek zijn samen 180 graden
  • oefenen A
    Deze oefening bevat 4 vaste vragen. De leerling bedenkt eerst zelf het antwoord op een vraag en klikt dan pas door naar de volgende bladzijde voor het antwoord en de bijbehorende uitleg.
    • de tophoek uitrekenen van een driehoek met twee gegeven hoeken
    • de derde hoek van een rechthoekige driehoek uitrekenen
    • bedenken of de vier hoeken van een vierhoek samen ook altijd een vast aantal graden bedragen
    • de 5 hoeken van een vijfhoek
    Door de leerling zelf te laten nadenken over de vier hoeken van een vierhoek zal hij niet snel vergeten dat de hoeken van een driehoek samen 180 graden zijn. Bovendien ziet hij dat je de kennis van een driehoek kunt gebruiken om iets te weten te komen over een vierhoek en een vijfhoek. Hij zal daarna ook op het idee komen dat hij zijn kennis kan gebruiken voor een zeshoek, zevenhoek, enzovoort. Kortom, hij maakt kennis met de manier waarop in de wiskunde stellingen algemener gemaakt kunnen worden.
  • oefenen B
    De leerling ziet steeds een gestrekte hoek of een rechte hoek op het scherm getekend, die verdeeld is in twee of drie stukjes. Hij kan steeds de grootte van een rood hoekje uitrekenen. Door de hoeken steeds gedraaid op het scherm te zetten zal hij straks veel minder moeite hebben met het berekenen van onbekende hoeken in een driehoek of vierhoek.
  • oefenen C
    In deze oefening wordt de leerling gevraagd een hoek te berekenen in een driehoek of veelhoek. Als de leerling deze oefening te moeilijk vindt moet hij eerst nog wat meer opgaven van oefening B maken.
  • samenvatting
  • printvellen
    Een printvel bevat drie plaatjes van driehoeken of vierhoeken waarin een aantal hoeken gegeven is en waarin een onbekende groene hoek moet worden berekend.
    Op het antwoordvel staat bij elke som de uitleg, de berekening en het antwoord.
    Ook bij deze printvellen verschillen de sommen per print; de leerling kan dus ook hier net zo lang oefenen totdat hij goed en snel de hoeken kan berekenen.
  • toets
    De toets bevat 8 vragen en is vooral gebaseerd op de vragen van oefening C en de printvellen.
Machten
  • theorie
    De betekenis van 2 tot de macht 7 wordt hier geoefend. In het laatste scherm de betekenis van bijvoorbeeld
    (-4bx)tot de macht 5.
  • oefenen
    In deze oefening bedenkt de leerling steeds zelf het antwoord op een bepaald type vraag. Bij een fout gegeven antwoord verschijnt uitgebreid tekst en uitleg. Pas als de leerling drie sommen van een bepaald type goed heeft ingevuld krijgt hij een moeilijker type vraag.
    Op deze manier krijgt de leerling inzicht in de volgende typen vragen:
  • samenvatting
  • printvellen A
    Opgaven zoals in de oefening. Pas als de leerling geen moeite meer heeft met de opgaven van deze printvellen kan hij doorgaan met de volgende printvellen.
  • printvellen B
    Opgaven van het type:
  • toets
    Tien opgaven zoals bij de printvellen.
Een aantal losse onderwerpen
  • a grafen
    Interactieve uitleg over grafen. De leerling kan zelf een aantal punten van een graaf verschuiven en zien dat dit de graaf niet verandert.
  • b het tekenen van een kubus of balk
    Stap voor stap kan de leerling hier nadoen en leren hoe je een wiskundige tekening maakt van een kubus of een balk.
  • c kruisende lijnen, evenwijdige lijnen, snijdende lijnen
    Met behulp van een ‘driedimensionale’ draaibare kubus kan de leerling goed zien wat kruisende lijnen zijn.
  • d zwaartelijnen, zwaartepunt

Uitleg met bewegende beelden en animaties
De uitleg gaat nooit te snel of te langzaam
Printbare opgaven met of zonder uitgewerkte antwoordvellen
Wiskunde is een bouwwerk!
Huiswerkprogramma

Uitleg met bewegende beelden en animaties
Wiskunde is voor veel leerlingen in het voortgezet onderwijs een moeilijk vak. De grootste moeilijkheid ligt in het feit dat wiskunde werkt (en moet werken) met abstracte begrippen. Vaak ontstaan al in de eerste maanden de eerste hiaten in de kennis. In veel gevallen zien ouders zich genoodzaakt het kind zelf bijles te geven, maar algauw merken zij dat hun eigen kennis tekortschiet. De cd-roms in de serie Wiskunde Interactief behandelen de wiskunde-onderwerpen die aan bod komen in de leerjaren van vmbo en havo/vwo. Met behulp van bewegende beelden en animaties wordt moeilijke en abstracte stof op een zeer inzichtelijke wijze uitgelegd en concreet gemaakt.

De uitleg gaat nooit te snel of te langzaam
Elke leerling kan de stof in zijn eigen tempo uitgelegd krijgen - hij klikt zelf op een knop voor de volgende stap. De leerling wordt door de software op zijn persoonlijke zwakke punten gecorrigeerd en eventuele hiaten in de kennis worden door de computer opgemerkt. Om te toetsen of een leerling de stof ook echt beheerst, kent elke paragraaf een oefendeel en wordt vrijwel altijd afgesloten met een toets. Toetsen van de geoefende stof worden door de software gegenereerd - de toetsen verschillen dus per leerling.

Printbare opgaven met of zonder uitgewerkte antwoordvellen
Elke paragraaf kent een vel afdrukbare opgaven plus een apart vel met dezelfde opgaven, maar nu met de antwoorden en de berekeningen erbij. Ook deze afdrukbare opdrachtvellen worden door de computer gegenereerd en zijn dus elke keer anders.

Wiskunde is een bouwwerk!
Bijna altijd is moeite met wiskunde te herleiden tot hiaten in kennis van oude stof. Wiskunde is een bouwwerk. Oude stof moet voor de leerling altijd beschikbaar blijven en snel terug te vinden zijn. De los verkrijgbare cd-roms worden na installatie gebundeld tot één overzichtelijk geheel waarin ook vergeten onderwerpen snel zijn terug te vinden en even snel kunnen worden herhaald.

Huiswerkprogramma
Bij een aantal paragrafen in deze software zit ook een huiswerkprogramma. Een leerling kan zelf een som uit zijn eigen schoolboek intypen en krijgt dan een volledige berekening en uitleg!

Download hier het overzicht met de inhoud van alle beschikbare Wiskunde Interactief titels »
(PDF bestand PDF-bestand, 783 kB)

Website links:
http://www.liesbethvanderplas.nl

Wiskunde Interactief home

Nieuw combipakketten

Combipakket Wiskunde Interactief 3 Havo/VWO
Combipakket Wiskunde Interactief 2 Havo/VWO

Nieuwsbrief

Als u zich aanmeldt, wordt u gratis via de e-mail op de hoogte gehouden van alle nieuwe uitgaven van Karakter Interactive.

E-mailadres